Vrijepers.info: een weblog van Kees van Oosten

"De overmoed, die ons doet proberen om het hemelrijk op aarde te brengen, leidt ons ertoe om onze goede aarde in een hel te veranderen – een hel, zoals alleen mensen die voor hun medemensen kunnen doen ontstaan".

Uit het voorwoord bij "Armoede van het historicisme" (1974)
van Karl R. Popper

june 06, 2010 10:19am

Strafkans van 4 promille

Kosten van de criminaliteitsbestrijding 7,5 miljard, strafkans 4 promille

In "De straf voorbij" geeft prof. dr. Hans Boutellier, hoogleraar veiligheid en burgerschap en ex-beleidsmedewerker van Justitie, een somber beeld van de criminaliteitsbestrijding in Nederland. Van de 6 tot 10 miljoen jaarlijkse delicten worden er niet meer dan 1,2 miljoen aangegeven bij de politie. Uiteindelijk volgt in 25.000 gevallen een of andere vrijheidsstraf. Als we uitgaan van 6 miljoen delicten, dan komen we uit op een strafkans van 4 promille, taak- en geldstraffen niet meegerekend. Dat er maar in 20% van de gevallen aangifte wordt gedaan, ligt voor de hand: de burger heeft de ervaring dat dat weinig zin heeft. Wat Boutellier schrijft, wordt bevestigd in "Nederland-Duitsland" van Tak en Fiselier (2002), waarin zij schrijven dat van de misdrijven waar de politie nog wél werk van maakt, maar 15% wordt opgehelderd, terwijl dat in de Duitse deelstaat Nord-Rhein Westfalen 50% is.

Een interessante vraag is: wat zijn de kosten van de criminaliteitsbestrijding? In het rapport "Criminaliteit en rechtshandhaving" 2008, blz. 260, wordt dat voorgerekend: 7,5 miljard euro in 2008. In 1995 was dat 'nog maar' 4 miljard euro. In 2008 waren er 16.405.000 inwoners in Nederland. Deel je die 7,5 miljard euro door het aantal inwoners, dan blijkt dat elke inwoner elk jaar 457 euro kwijt is aan criminaliteitsbestrijding. Een gezin met 2 kinderen is dus elk jaar 1828 euro kwijt. Het geringe aantal vrijheidsstraffen (4 promille) doet niet vermoeden dat er 7,5 miljard euro gestoken wordt in de bestrijding van de criminaliteit. Of de politie beter gaat presteren met een paar honderd miljoen euro extra is zeer de vraag.

In de studie "Opgelost" van Tak en Vroegop (2005) vinden we het begin van een verklaring voor de wanprestatie van de politie. Van de totale politiecapaciteit wordt 7,2% gebruikt voor de opsporing. De politie beschouwt boeven vangen dus duidelijk niet als een kerntaak. Het zou wel eens kunnen dat het publiek daar heel anders over denkt. Booswichten laten zich namelijk door een strafkans van 4 promille niet afschrikken. Een vraag die bij het lezen van deze cijfers opkomt is: wat doet de politie eigenlijk in de rest van haar tijd (92,8%)?

Uit de literatuur krijg je de indruk dat politie, justitie en de overheid zich er allang bij hebben neergelegd dat zij niet in staat zijn de criminaliteit te beteugelen. Criminaliteit, zo schrijft Boutellier in "De Straf voorbij", is een vanzelfsprekend onderdeel geworden van ons dagelijks leven. Het is 'part of life'. Vanaf het begin van de jaren zeventig is sprake van een vertienvoudiging van de geregistreerde criminaliteit (het aantal aangiften), schrijft Boutellier. De explosieve groei van criminaliteit, daar moeten we dus maar mee leren leven. Veiligheid als utopie.

Vroegop en Tak (2005) citeren een politieofficier in Amsterdam: "Die misdaad is zo structureel, zo verbonden met het leven dat zich daar afspeelt; die valt eenvoudig niet te bestrijden." Als je dat leest, ga je begrijpen waarom de belangstelling van burgemeesters en politie is verschoven van objectieve veiligheid naar de beleving van veiligheid. Daar valt met wat propaganda en wat blauw op straat nog wat aan te doen. Maar de vraag is of wij 7,5 miljard euro willen uitgeven voor een misplaatst gevoel van veiligheid. De vraag is bovendien of de schamele resultaten van politie en justitie de beknotting van allerlei vrijheden en de beperking van onze privacy rechtvaardigen.

may 15, 2010 11:06pm

De verloedering van de PvdA

Over de sloop van sociale huurwoningen

In 1972 vond een congres van de PvdA plaats, dat werd onderbroken om onder leiding van Hans Kombrink in Den Haag enige uren te gaan demonstreren tegen de sloop van sociale huurwoningen. En alle afgevaardigden deden mee, want de PvdA had zojuist besloten om "aktiepartij" te worden om zodoende de kant te kiezen van de bewoners tegen de arrogante gemeentebestuurders. Dat was de tijd van Jan Schaefer, de legendarische buurtactivist die later wethouder en staatssecretaris zou worden en aan wie wij bijvoorbeeld te danken hebben dat de Amsterdamse wijk De Pijp niet volledig gesloopt is. De staatssecretaris van "In geouwehoer kan je niet wonen".

In 2001 sloten de woningcorporaties Mitros, Portaal en BO-EX een overeenkomst met de gemeente om 9600 sociale huurwoningen in Utrecht te slopen, voornamelijk na 1960 gebouwde woningen waar bouwkundig niets aan mankeert. Terwijl de PvdA zich in de 70-er jaren aansloot bij het verzet tegen sloop en kaalslag van sociale huurwoningen, is de PvdA sinds 2001 juist de grote promoter van de sloop van sociale huurwoningen. In dertig jaar kan veel veranderen!

De gemeente (lees: de PvdA) sprak in 2001 niet alleen met de corporaties af om 9600 sociale huurwoningen slopen, maar bovendien om die voor 70% te vervangen door koopwoningen en/of duurdere huurwoningen. In 1996 bestond 47% van de woningvoorraad in Utrecht uit sociale huurwoningen, de gemeente en de corporaties willen dat terugbrengen naar 35% in 2015. De sloopovereenkomst tussen de gemeente en de woningcorporaties werd namens de gemeente getekend door wethouder M.L. van Kleef (PvdA) en wordt sinds 2006 uitgevoerd door wethouder H. Bosch (PvdA).

Dat woningen die ná 1960 gebouwd zijn, vijftig jaar later zó verouderd zijn dat ze niet meer mee kunnen is natuurlijk onzin. De Utrechtse binnenstad staat vol met woningen die enige honderden jaren oud zijn en niemand haalt het in zijn hoofd om die te willen slopen. De woningen in Oog in Al, Tuinwijk, Wilhelminapark zijn allemaal vóór 1940 gebouwd en ook daarvan vindt niemand dat die nodig moeten worden gesloopt.

De vraag is nu: wat bezielt de PvdA, die in de 70-er jaren nog samen met de bewoners aktie voerde tégen sloop en kaalslag, om dertig jaar later de politieke partij te worden die zich het meest hard maakt vóór de sloop van sociale huurwoningen en het vervangen van die sociale huurwoningen door koopwoningen? Hoe kan een PvdA, die beweert op te komen voor de zwakken in de samenleving, het maken om de woningnood op te laten lopen onder de mensen met de laagste inkomens? Het Bestuur Regio Utrecht schreef in de Woningmarktmonitor 2009 dat de gemiddelde wachttijd voor starters opnieuw gestegen is van 5,4 jaar in 2007 naar 6,1 jaar in 2008 en dat deze wachttijd verder zal oplopen. In 1972 schreef de PvdA in haar verkiezingsprogramma dat iedereen vanaf 18 jaar het recht heeft op zelfstandige woonruimte. Dertig jaar later besluit de PvdA dat jongeren van 18 jaar, als ze geen huis kunnen kopen, nog wel 5 of 6 jaar bij hun ouders kunnen blijven.

In dertig jaar tijd heeft de PvdA een reuze ommezwaai gemaakt: van een sociale partij naar een bijzonder asociale partij. Een politieke partij die ervoor pleit om sociale huurwoningen te slopen en te vervangen door koopwoningen, waardoor de woningnood onder de laagstbetaalden toeneemt, kan je toch onmogelijk een sociale partij noemen? Hoe kan de PvdA beweren dat "iedereen meetelt", terwijl zij woningen voor de laagste inkomens sloopt?

De ommezwaai die de PvdA in dertig jaar gemaakt heeft van een sociale naar een asociale partij kan maar op één manier worden verklaard: een partij die al meer dan 30 jaar de baas is in steden als Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, daar komen intellectuele carrièrejagers op af en die gaan daar de lakens uitdelen. Voor gewone mensen, laat staan de laagstbetaalden, is in de PvdA van nu helemaal geen plaats meer. Wat er tegenwoordig in de gemeenteraad of in de Tweede Kamer zit voor de PvdA zijn allemaal gestudeerde types die nog nooit iets met hun handen hebben gedaan en altijd een mooi inkomen hebben gehad. Daarom ging het congres van de PvdA in 1972 nog wél de straat op om te demonstreren tegen de sloop van de sociale huurwoningen en is dat nu ondenkbaar.

De tijden zijn veranderd. In 1972 was de PvdA de partij van de bewoners en de woningzoekenden. Tegenwoordig is de PvdA de partij die belangen behartigt van de directeuren van de woningcorporaties, die vrijwel allemaal lid zijn van de PvdA en allemaal heel wat meer verdienen dan de Balkenende norm. Want laat één ding duidelijk zijn: het slopen van sociale huurwoningen en het vervangen daarvan door koopwoningen daar worden die woningcorporaties stinkend rijk van.

april 25, 2010 11:14pm

De intellectuele elite en de boze burger

“Een aanzienlijk deel van het electoraat ziet de overheid, het politieke systeem en de maatschappelijke elite kennelijk als vijand. De vraag is hoe dat komt”, aldus Maarten van Rossem in Waarom is de burger boos? (2010). Zijn antwoord is dat de meeste burgers helemaal niet boos zijn maar juist opmerkelijk tevreden. Ze vinden alleen dat ze in onze complexe democratie weinig hebben in te brengen, een ontevreden minderheid laat zich door populisten als Fortuyn, Wilders en Verdonk tegen buitenlanders opzetten en de media trakteren de kijker en de lezer op een nimmer eindigende stroom van onbeschrijfelijke ellende, terwijl Nederland tot de rijkste en de veiligste landen ter wereld behoort, aldus Van Rossem. Eigenlijk is het allemaal de schuld van op macht beluste populisten, die linksom of rechtsom afkeer tegen de bestuurlijke elite proberen op te roepen, die het in de jaren 1982-2002, naar het oordeel van Van Rossem, juist verbluffend goed had gedaan door een gemiddelde groei te realiseren van 3% en de werkloosheid terug te dringen naar 2%. Tegen de linkse kerk voert hij aan dat Nederland juist "the best place [is] in the world for investment". Het antwoord op de vraag “waarom is de burger boos” moet volgens Van Rossem dus eigenlijk zijn: de burger moet zich gewoon niet zo op laten naaien door allerlei populisten, want hij heeft het dankzij de kabinetten Lubbers en Kok nog nooit zo goed gehad.

De analyse van Van Rossem is interessant omdat het de analyse is van een intellectueel die in Nederland doorgaat voor verlicht en progressief. Zoals de progressieve intellectueel Van Rossem denkt, zo denken er veel: in Nederland gaat het uitstekend, de vraag is alleen waarom willen de burgers dat niet inzien? Dat 81% van de burgers tevreden tot zeer tevreden zijn heeft Van Rossem gelezen in In het zicht van de toekomst (2004) van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Een gedegen studie waarin ook wordt beschreven dat onze samenleving maar met mager vijfje wordt beoordeeld en dat veel burgers zich zorgen maken over de toekomst. Dat had Van Rossem misschien ook moeten schrijven. In het algemeen, zo rapporteert het SCP, ”verwachten de Nederlandse burgers in de toekomst een samenleving die harder is en meer prestatiegericht, minder sociale zekerheid biedt en minder gelijkheid garandeert in de beschikbaarheid van gezondheid en zorg dan nu het geval is. Men vreest ook meer criminaliteit en etnische spanningen. De wens gaat een heel andere richting uit. Nederlanders kiezen voor een samenleving met een grote gemeenschapszin en met veel van de kenmerken die, nu ze dreigen te verdwijnen, hooggewaardeerd blijken te zijn. De tevredenheid met de regering en de overheid is in de jaren negentig van jaar tot jaar toegenomen, maar sinds 2000 is er een daling te zien, die in 2002 heel sterk is geweest. Van een verbetering in de tevredenheid kan sindsdien niet gesproken worden en dat klopt met de gedaalde waardering van de burger voor de samenleving als geheel. Aan het jaar 1999 geeft de Nederlandse bevolking terugkijkend een zeven als rapportcijfer, voor 2004 komt de waardering nog niet op een vijf uit. Voor de toekomst, zowel over vijf als over vijftien jaar, wordt er geen grote verbetering in het beeld verwacht. Dat staat allemaal in schril contrast met de tevredenheid die men meldt over het eigen leven.”

Geconfronteerd met uitkomsten die elkaar tegen spreken, besluit Van Rossem alleen gebruik te maken van de uitkomst die hem uitkomt, namelijk dat de burger tevreden is met zijn eigen leven. De dalende waardering voor de samenleving en de overheid en de sombere toekomstverwachting komen hem in zijn betoog niet uit en dus neemt hij die niet serieus. Als de politiek wat flinker afrekent met populisten en de media de kijker en de lezer wat minder trakteren op een nimmer eindigende stroom van onbeschrijfelijke ellende, dan zou de burger inzien dat de overheid het uitstekend doet. De ogenschijnlijke tegenspraak tussen de tevredenheid met het eigen leven en de ontevredenheid met de samenleving is niet zo vreemd als het lijkt. De burger stelt zichzelf aansprakelijk voor zijn eigen leven en de overheid voor de samenleving. Zo voor de hand als het ligt om de overheid de schuld te geven voor de samenleving, zo moeilijk is het om je eigen gebrek aan succes onder ogen te zien. En dus zegt de burger dat hij tevreden is met zijn eigen leven, maar ontevreden over de overheid.

Een voor de handliggende verklaring voor de boosheid van de burger is dat de overheid en de politiek de zorgen van de burger niet serieus nemen, zoals ook Van Rossem dat niet doet. Het valt ook niet mee voor een progressief intellectueel met een riant pensioen en een riante woning in een deftige buurt om je te verplaatsen in de positie en de zorgen van de doorsnee burger. Doorsnee burgers klagen over onveiligheid, criminaliteit, stank, lawaai, luchtverontreiniging, de bureaucratie en de verharding van de samenleving. De overheid en de politiek slagen er niet in iets aan die klachten te doen en dus krijgen we voortdurend te horen dat Nederland het rijkste en het veiligste land ter wereld is, “the best place in the world for investment”. Zoals we dat ook weer van Van Rossem horen. Dat kan de politiek een tijdje blijven roepen, maar er breekt een moment aan dat de burger dat niet meer gelooft en zich bedrogen voelt. Als de cijfers van het SCP niet bedriegen is het vertrouwen in de overheid vanaf het jaar 2000 tanende. De minister en de burgemeester kunnen elk jaar wel beweren dat de criminaliteit opnieuw verder is teruggedrongen, maar de burger ervaart in zijn omgeving steeds meer overlast en criminaliteit. De overheid kan wel beweren dat we het allemaal beter krijgen als we de lonen nog even matigen, maar steeds meer burgers geloven dat niet meer. En terecht: de laagste inkomens blijken er sinds 1977 per saldo op achteruit te zijn gegaan, terwijl de hoogste inkomens, waaronder die van de intellectuele elite, met ruim 60% zijn gestegen. De burger wordt steeds meer geconfronteerd met verontrustende informatie over de opwarming van het klimaat, over oorlogen en armoede en het mislukken van conferenties die daar overgaan. De burger heeft zijn geloof in de door de overheid beloofde vooruitgang verloren. Hij is er bovendien van overtuigd geraakt dat hij kan klagen en inspreken tot hij een ons weegt, maar dat de politiek daar helemaal geen boodschap aan heeft. Het is dan wel heel erg simplistisch om tegen de burger te zeggen: joh, je moet je niet zo door Wilders en de media laten opnaaien.

april 02, 2010 01:12am

Bezuinigingen op huurtoeslag

Bezuiniging op huurtoeslag: stop de sloop

Eén van de talloze bezuinigingsvoorstellen die de ambtenaren in Den Haag hebben bedacht, heeft betrekking op de huurtoeslag. Wie een relatief hoge huur betaalt, krijgt minder huurtoeslag! Dat is iets om goed over na te denken.

Bewoners in Kanaleneiland, Overvecht, Hoograven, Zuilen, Ondiep en Lombok betalen huren tussen de 300 en 400 euro. Het streven van de gemeente, Mitros, Portaal en Bo-Ex is om de komende jaren enige duizenden betaalbare sociale huurwoningen te slopen en te vervangen door koopwoningen (70%) en duurdere sociale huurwoningen (30%). Om huurtoeslag te krijgen, mag de huur niet meer zijn dan 647,53 euro.

Bewoners die een woning huren die volgens de plannen van de corporaties en de gemeente gesloopt zou moeten worden, gaan fors meer huur betalen. Betalen ze nu tussen 300 en 400 euro, dan gaan ze voor een nieuwe sociale huurwoning tot 647,30 euro huur betalen. Maar, zeggen de corporaties dan, dat is niet erg, want je krijgt dan ook een hogere huurtoeslag. Per saldo, is het verhaal van de corporaties, ga je dan maar 50 euro extra betalen. De rest van het verschil wordt door de hogere huurtoeslag betaald.

Vergeet dat nu dus maar. De bezuinigingsvoorstellen houden immers in dat wie een hoge huur betaalt minder huurtoeslag gaat krijgen. Ik geef een rekenvoorbeeld. De huurder die nu 420 euro huur betaalt en van een bijstandsinkomen rond moet komen, ontvangt ca. 200 euro huurtoeslag. Omdat zijn huurwoning wordt gesloopt, schrijft hij zich in voor een nieuwe sociale huurwoning van pakweg 600 euro. Als de bezuinigingen doorgaan, krijgt hij straks niet meer, maar juist minder huurtoeslag! Het grootste deel van die hogere huur gaat hij uit eigen zak betalen, daar krijgt hij geen huurtoeslag voor.

De ambtenaren die die bezuinigingen hebben bedacht, redeneren natuurlijk: als je maar weinig verdient, moet je niet in een dure sociale huurwoning gaan wonen. Dat kost het Rijk immers veel te veel huurtoeslag. Als je met je geringe inkomen in een goedkope sociale huurwoning woont, hoeft het Rijk minder huurtoeslag bij te passen. Dat hebben die ambtenaren dus goed bekeken.

Een gewaarschuwd huurder telt voor twee. Woon je in goedkope sociale huurwoning en krijg je huurtoeslag? Blijf daar dan zitten en ga niet akkoord met de sloop. De extra huur die voor een nieuwe sociale huurwoning moet worden betaald, betaal je straks namelijk uit eigen zak. Dan ga je er honderden euro's op achteruit.

march 23, 2010 08:29am

Gemakzuchtige journalistiek

Aan Rene Cazander (AD/UN),

Op 18 maart schreef jij in het AD dat een ekster er 3 jaar geleden voor gezorgd heeft dat (a) de kapvergunning voor de platanen op het Vredenburg door de rechtbank werd afgekeurd en (b) dat dat 10 maanden vertraging en dus miljoenen schade heeft opgeleverd. Je hebt mij inmiddels laten weten dat dat van die ekster "een fout in het archief" van het AD is. Maar daarmee is voor mij de kous nog niet af, want op die 'vertraging' en die 'miljoenenschade' ga je niet in.

Ik heb me nog het meest geërgerd aan de berichtgeving als zouden juridische procedures die ik gevoerd heb voor vertraging hebben gezorgd. Als je de moeite zou nemen om even te kijken wanneer de bouwvergunning voor het muziekpaleis en het winkelgebouw is verleend (wat toch het minste is wat van een journalist verwacht mag worden), dan zie je meteen dat vertraging ontstaat tijdens de voorbereiding van het besluit en niet door het instellen van bezwaar of beroep. Ik heb de gemeente notabene via de rechtbank moeten dwingen om eindelijk het besluit op bezwaar winkelgebouw te nemen.

Ik zet de feiten maar weer een keer op rijtje. Corio heeft op 2 augustus 2006 een vrijstellingsverzoek ingediend. Dat heeft pas ter visie gelegen vanaf 7 februari 2007 (een half jaar later dus). Voor de beantwoording van de zienswijzen heeft de gemeente vervolgens de tijd genomen tot 5 juni 2007 (5 maanden dus). Gelet op de zeer magere inhoud van de beantwoording zou een normaal mens dat in een paar dagen kunnen produceren. Het definitieve vrijstellingsbesluit dateert van 6 mei 2008 (de bouwvergunning werd op 13 juni 2008 bekendgemaakt). Tussen de datum waarop het vrijstellingsverzoek werd ingediend en de bouwvergunning is verleend zitten dus alles bij elkaar 22 maanden. Dat is onnodig lang, maar bezwaarmakers hebben daar geen enkele invloed op. Dat het verzoek niet binnen een jaar is afgehandeld ligt dus voor 100% aan de gemeente zelf.

Zoals een ervaren journalist zoals jij behoort te weten heeft het maken van bezwaar geen schorsende werking. Met andere woorden Corio had op 13 juni 2008 kunnen gaan bouwen. Corio had zich immers door het bezwaar dat ik op 18 juni 2008 namens het BOCP, SSLU en SZOU heb gemaakt, niet van het bouwen hoeven laten weerhouden. Corio besloot echter om niet aan de gang te gaan. Voor de behandeling van een bezwaar staan hooguit 10 weken. De gemeente had dus uiterlijk 28 augustus 2008 een besluit op bezwaar moeten nemen. De gemeente liet de boel zoals gewoonlijk echter sloffen. Op 15 november 2008 heb ik beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van het besluit op bezwaar en de rechtbank verzocht de gemeente te dwingen dat besluit op bezwaar eindelijk te nemen. Op 22 december 2008 heeft de rechtbank dat beroep behandeld en de gemeente de toezegging afgedwongen dat het besluit op bezwaar in de tweede week van januari 2009 genomen zou worden. Het werd op 13 januari 2009. Tussen 18 juni 2008 en 13 januari 2009 zitten 7 maanden, terwijl een besluit op bezwaar dus binnen uiterlijk 10 weken moet worden genomen. Maar nogmaals: Corio had helemaal niet hoeven wachten op het besluit op bezwaar en had op 13 juni 2008 gewoon kunnen beginnen met de bouw.

Zodra de gemeente eindelijk het besluit op bezwaar had genomen heb ik meteen beroep ingesteld (15 januari 2009). Dat beroep is behandeld op 27 februari 2009. Omdat de gemeente zijn zaakjes weer niet op orde had, was een tweede zitting nodig. Die vond plaats op 23 maart 2009. De rechtbank had vervolgens tot 11 juni 2009 nodig om tot een uitspraak te komen. Dat ze op de rechtbank (net als bij de gemeente) niet vooruit te branden zijn, dat kan je de bezwaarmakers niet kwalijk nemen. Maar nogmaals: Corio had vanaf 13 juni 2008 gewoon kunnen bouwen, beroep of geen beroep. Op 12 juli 2009 heb ik hoger beroep ingesteld, maar ook het instellen van een hoger beroep heeft geen schorsende werking. Toen Corio op 29 oktober 2009 aankondigde op 1 december 2009 met de bouw te zullen beginnen heb ik diezelfde dag een verzoek voorlopige voorziening gedaan. Op 1 december 2009 werd het verzoek afgewezen: Corio kon dus, zoals zij zich had voorgenomen, op 1 december 2009 aan de gang. Tot op heden heb ik echter geen bouwactiviteiten waargenomen. Ga kijken en je ziet dat het nog één grote modderput is. Er zijn inmiddels (sinds de uitspraak van 1 december 2009) al weer bijna 4 maanden verstreken.

Kortom: dat sinds het aanvragen van de vrijstelling voor het winkelgebouw op 2 augustus 2006 nog niets gebouwd is, is te wijten (1) aan de eindeloze ambtelijke voorbereiding van besluiten en (2) aan het feit dat Corio sinds 13 juni 2008 mag bouwen (dat er dus geen enkele juridische belemmering is om te beginnen) maar dat om de één of andere reden (nog steeds) niet doet. Misschien ziet Corio het gelet op de crisis helemaal niet meer zitten en hoopt ze in stilte dat de Raad van State het hoger beroep gegrond verklaart. Een andere reden waarom Corio nog steeds niet begonnen is kan ik niet bedenken. Het moet in elk geval duidelijk zijn, dat de vertraging in de bouw van het winkelgebouw niets, maar dan ook niets te maken heeft met het bezwaar en het beroep, want Corio kan immers al sinds 13 juni 2008 aan de slag. Het Winkelgebouw had al klaar kunnen zijn!

Waarom beweert wethouder Janssen dan regelmatig dat het allemaal de schuld is van de bezwaarmakers? Dat zou jij als journalist moeten kunnen doorzien. Denk jij nu echt dat Janssen als reden geeft "dat komt omdat ik een wethouder van niets ben, die niet in staat is om zijn ambtenaren aan het werk te zetten"? Toch is dát de reden. Er is geen regie in het Stationsgebied en de puinhoop wordt steeds groter. Maar wat doe je dan als je daar als wethouder op wordt aangesproken door partijgenoot Balkendende of door de pers? Dan veeg je je straatje schoon met het argument dat het allemaal aan die kritische burgers ligt die alles traineren, wat de gemeenschap vele miljoenen kost. Zo doet elke politicus en bestuurder dat toch? En met die lulkoek daar komen onze bestuurders mee weg, want én de gemeenteraad én journalisten als jij zijn te beroerd om zich in de feiten te verdiepen en de data op te zoeken. Komt het niet in jullie op om aan Wolfsen te vragen waarom de behandeling van een bezwaar 7 maanden duurt, terwijl daar hooguit 10 weken voor staan? En waarom vraag je niet aan Corio: 'waarom zijn jullie niet op 13 juni 2008 begonnen, terwijl niets jullie daarvan weerhield'? Jullie geven er de voorkeur aan braaf op te schrijven wat die 150 voorlichters van de gemeente jullie op de mouw spelden. En dat is dat alle vertraging de schuld is van die vervelende bezwaarmakers.

Gemakzuchtige, waardeloze maar vooral onverantwoordelijke journalistiek. Terwijl de journalistiek de macht kritisch behoort te volgen, worden maar al te vaak de borrelpraat van politici en de propaganda van gemeentelijke voorlichters in de krant en op de televisie gereproduceerd. Jullie laten je voor het karretje van het gemeentebestuur spannen. Deze gemakzuchtige onkritische journalistiek draagt er belangrijk aan bij dat mensen tegenwoordig bang moeten zijn de volkswoede over zich af te roepen als ze tegen de besluiten van de overheid durven in te gaan of fouten van de overheid aan de kaak stellen. In dictaturen voeren journalisten strijd om het publiek naar waarheid te kunnen voorlichten, in ons democratisch Nederland eten gemakzuchtige journalisten vrijwillig uit de hand van gemeentelijke voorlichters en wethouders.

Schande.

march 19, 2010 09:06am

Sloop is uitbuiting

Sloop sociale huurwoningen is pure uitbuiting

In de NRC stond een advertentie van woningcorporatie Mitros Utrecht voor een gebiedsmanager voor Ondiep en de binnenstad. Jaarinkomen tot 88.000 euro. Het minimuminkomen mét vacantiegeld is bruto 18.242. Een tweepersoonshuishouden in de bijstand komt op 15.600 euro per jaar. Het jaarinkomen van de gebiedsmanager is zo'n beetje de huur die voor 200 sociale huurwoningen wordt opgebracht. Gebiedsmanagers bij Mitros zijn er voor Overvecht, Zuilen, Hoograven, Kanaleneiland en Leidsche Rijn. In totaal een stuk of tien. Die zijn samen dus goed voor de huur van 2000 sociale huurwoningen. Dan heb je nog de baas van Mitros die 220.000 euro per jaar verdient, wat gelijk is aan de huur van 550 sociale huurwoningen. En er zijn wat onderbazen die rond de Balkenende norm verdienen. Logisch dus dat er geen geld meer overschiet voor schilders, timmerlieden, c.v.-monteurs en schoonmakers om de flats in de achterstandswijken te onderhouden en schoon te houden. En logisch dat er sociale huurwoningen worden gesloopt. Tien jaar geen onderhoud en de woningen zijn rijp voor sloop. Maar bovendien is slopen en vervangen door koopwoningen winstgevend. Dat heet 'herstructureren' of 'transformeren' en dat is in de eerste plaats nodig om directeuren, gebiedsmanagers en beleidsmedewerkers hun riante inkomen te kunnen betalen. Dat gaat zo door totdat alle sociale huurwoningen zijn gesloopt. In 1996 bestond 47% van de Utrechtse woningen uit sociale huur, in 2015 zal dat nog maar 30% zijn. De voorraad sociale huurwoningen wordt dus letterlijk opgegeten door bestuurders, directeuren, gebiedsmanagers en beleidsmedewerkers. Twintig jaar geleden waren er nog woningbouwverenigingen die alleen een boekhouder in dienst hadden en het bestuur werd gerund door huurders. De huur was daarom een stuk lager en het onderhoud een stuk beter.

De commissie Koning, ingesteld door de toenmalige staatssecretaris Remkes, kwam in het rapport 'Kosten en kostendragers van transformatie van wijken' in 2002 tot de conclusie dat het verkopen en slopen van sociale huurwoningen in stedelijke achterstandwijken en het vervangen daarvan door koopwoningen, een winst oplevert van 17 miljard gulden en een omzet van 253 miljard. Daar profiteert ook de overheid van, alleen al in verband met de btw: 19%. Wie daar, behalve de woningcorporaties, ook van profiteren zijn welzijnsstichtingen die de bewoners commissies van de woningcorporaties 'begeleiden'. Die mogen de uren van hun opbouwwerkers bij de corporaties in rekening brengen: 80 tot 120 euro per uur. Het gaat om begeleiding waardoor bewoners tot aanvaarding moeten worden gebracht van de sloop en het verlies van hun sociale huurwoning. De kosten die corporaties maken voor inspraak van bewoners verdwijnt voor ca. 90% in de zakken van welzijnsorganisaties en het gaat om zeer aanzienlijke bedragen. Welzijnsorganisaties in Utrecht als Portes, Doenja, Cumulus en Stade, ook weer aangestuurd door dure managers en beleidsmedewerkers, hebben de sloop en de herstructurering nodig om hun opbouwwerkers te kunnen betalen.

Wie ook van de herstructurering profiteren zijn universitaire onderzoeksinstellingen als het OTB in Delft, het KEI-kenniscentrum, het zgn. topinstituut NICIS e.d. die graag bereid zijn het 'wetenschappelijk' bewijs leveren dat herstructurering goed is voor achterstandswijken. En om vooral niet te vergeten de ambtenaren en gemeentelijke coördinatoren die gebiedsplannen en herstructureringsplannen mogen opstellen. Hoe je het wendt of keert, het legioen van hoog opgeleide en riant bezoldigde bestuurders, managers, coördinatoren, beleidsmedewerkers, universitair onderzoekers, ambtenaren en opbouwwerkers wordt uiteindelijk betaald met geld dat opgebracht wordt uit de verhuur van sociale huurwoningen en dus wordt opgebracht door mensen met de laagste inkomens. En het wordt onttrokken aan de bouw en het onderhoud van sociale huurwoningen en daardoor dus ook aan het inkomen van mensen die door de sloop van sociale huurwoningen gedwongen worden zich diep in de schulden te steken voor een koopwoning. De argumenten die worden aangevoerd ten gunste van de sloop en herstructurering hebben een sterk ideologisch en leugenachtig karakter: ze moeten verhullen dat het om pure uitbuiting gaat, notabene door intellectuelen die beweren dat ze opkomen voor de belangen van de armsten.

march 16, 2010 11:07pm

Waterhoofdmanagement

Mijn zoon vertelde mij het verhaal van een Marokkaanse schoonmaker bij de universiteit. Van tijd tot tijd kwam er, als hij langs was geweest om de kamers schoon te maken, een ploegje achteraan van drie netjes in het pak gestoken controleurs met een checklist. Die kwamen afvinken of de prullebak geleegd was, de vloer gezogen, het bureau afgestoft. Een wat oudere collega van mijn zoon werd daar zo boos van dat hij die drie stropdassen zijn kamer uit joeg.

Dit verhaal is een illustratie van waterhoofdmanagement. Het handjevol mensen dat het eigenlijke uitvoerende werk doet, wordt gecontroleerd, beoordeeld, geselecteerd en gedirigeerd door een bont gezelschap vage baantjesjagers: groepsmanagers, human resource managers, directeuren, afdelingshoofden, bestuursadviseurs, procesbeheerders, kwaliteitsbewakers en noem maar op. Allemaal hoger opgeleid en met een riant inkomen.

Waterhoofdmanagement brengt een arbeidsdeling met zich mee waarbij de mensen die met het uitvoerende werk zijn belast alleen nog maar blindelings handelingen mogen verrichten. Zorgverleners, verplegers, contactambtenaren, leraren, archiefmedewerkers, maar ook productiemedewerkers, lassers en monteurs moeten werken volgens gedetailleerde voorschriften en tijdschema's. Creativiteit en initiatief zijn uit den boze en daar is ook geen tijd voor.

Wie het uitvoerende werk niet meer ziet zitten, wat meer wil verdienen of bezuinigingen wil ontlopen, zorgt dat hij of zij ook kan gaan aansturen, begeleiden en coördineren. Goedbetaalde baantjes, waarmee je je makkelijk onmisbaar kan maken. Want het verhaal dat er professioneler gewerkt en dus beter aangestuurd moet worden, gaat er altijd in als koek. Het gevolg is het ontstaan van organisaties met een groot waterhoofd, omgekeerde pyramides.

Marktwerking en concurrentie zorgen ervoor dat commerciële bedrijven niet aan waterhoofdmanagement bezwijken. Stagneert de winst, dan wordt gewoon het overtollige management weggesneden. De keuze is eenvoudig. Als dat niet gebeurt, gaat het bedrijf failliet. De overheid en door de overheid gesubsidieerde instellingen hoeven echter niet te concurreren en kunnen niet failliet. Als de kosten als gevolg van waterhoofdmanagement de pan uit rijzen, wordt er eenvoudig, zoals in Utrecht, op de dienstverlening, de zorg en de uitkeringen bezuinigd en gaan de onroerend-goedbelasting en de parkeerbelasting omhoog.

Een gewoon bedrijf waar waterhoofdmanagement ongebreideld om zich heen grijpt, zou meteen de poorten kunnen sluiten en de bestuurders zouden door de curator wegens wanbeheer persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Waarom gebeurt dat bij de (semi-)overheid niet? Waarom grijpt de politiek niet in? Het antwoord is eenvoudig: de managers, directeuren, afdelingshoofden, bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers enzovoort die bij de overheid en semi-overheid werkzaam zijn, hebben het ook in de grotere gevestigde politieke partijen voor het zeggen. En daarom zal er wél op de dienstverlening, de zorg en de uitkeringen worden bezuinigd, maar niét op waterhoofdmanagement.

march 15, 2010 02:03pm

De staat van de stad 2010

De concerndirectie van de gemeente Utrecht heeft een stuk opgesteld waarin wordt aangegeven welke keuzes de politiek mag maken bij de collegeonderhandelingen. De belangrijkste keuze heeft de concerndirectie alvast gemaakt: er moet enorm bezuinigd worden, maar natuurlijk niet op de ambtelijke dienst.

Verder moet Utrecht een stad van Kennis en Cultuur zijn. Dat is een "herkenbaar, inspirerend profiel". En daar moeten de keuzes volgens de concerndirectie van afgeleid worden voor wonen, werken, openbare ruimte. Met andere woorden: een aantrekkelijke stad met dure koopwoningen voor hoopopgeleiden. Voor een coalitie waarin GroenLinks en/of de PvdA zitten, zou 'Solidariteit en Duurzaamheid' als motto beter op zijn plaats zijn.

Onvermijdelijk zijn volgens de concerndirectie, bezuinigingen op bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, de langdurigheidstoeslag, de U-pas en voorzieningen voor een mensen met een beperking. Langdurigheidstoeslag is eenmalige uitkering voor wie langdurig heeft moeten rondkomen van een laag inkomen. De concerndirectie heeft dus duidelijk geen voorkeur voor een college dat solidariteit in het vaandel voert.

Over het verminderen van het aantal ambtenaren, toch een van de opties als er flink bezuinigd moet worden, geen woord. Er moet zelfs meer in de bedrijfsvoering geïnvesteerd worden, het 'achterstallig onderhoud' van de bedrijfsvoering moet weggewerkt worden en de sturing in de organisatie moet versterkt worden (in gewoon Nederlands: er moeten meer hoge ambtenaren en aanstuurders komen). Besparingsmogelijkheden via efficiencyverbeteringen in de ambtelijke organisatie zijn volgens de concerndirectie niet mogelijk zonder taken en ambities op te geven.

Omdat bezuinigingen ten koste van de allerarmsten kennelijk niet genoeg zijn om het 'achterstallig onderhoud' en de investeringen in de ambtelijke bedrijfsvoering te bekostigen, moeten ook de onroerendezaakbelasting, de parkeerbelasting, toeristen-, honden- en precariobelasting en de afvalstoffenheffing omhoog.

Het is duidelijk uit welke hoek de wind waait. Daarom is er in deze tijd van bezuinigingen meer behoefte dan ooit aan een college dat stevig het mes zet durft te zetten in de ambtelijke dienst. Te beginnen met de concerndirectie.

march 14, 2010 12:27am

Klimaatoorlogen

Volgens Harald Welzer zal klimaatverandering oorlogen tot gevolg hebben en de ongelijkheid in de wereld doen toenemen. In zijn boek 'Klimaatoorlogen', in het Nederlands uitgegeven in 2009, schetst hij een scenario waarin het slecht afloopt met de wereld. Het boek heeft twee slothoofdstukken. Het eerste is voor lezers die graag willen lezen dat er nog iets gedaan kan worden om het onheil te keren. Dat hoofdstuk is voor de optimisten. Het tweede slothoofdstuk, zo schrijft Welzer, kan je beter niet lezen als je een optimist ben. Daarin staat namelijk hoe Welzer denkt dat het zal aflopen: niet goed.

'Optimisme is slechts een gebrek aan informatie'. Met dat citaat van Heiner Muller begint het tweede slothoofdstuk. Het is een kort hoofdstuk. Veel woorden zijn er ook niet voor nodig. Belangentegenstellingen verhinderen het vastberaden en eendrachtig nemen van effectieve maatregelen. De onophoudelijke energiehonger van oude en van nieuwe industrielanden en de mondiale spreiding van een op groei gebaseerd economisch model, de globalisering, maken het onrealistisch te verwachten dat de opwarming tot staan zal worden gebracht. Door opwarming zullen vruchtbare gronden verdwijnen, waardoor er volksverhuizingen en vluchtelingenstromen op gang komen die weer conflicten tot gevolg hebben. Welzer illustreert dat aan de hand van de oorlog in Soedan.

Europa en Noord-Amerika, zo gaat Welzer verder, waar de gevolgen van de opwarming minder dramatisch zijn, zullen hun grenzen hermetisch afsluiten om hun rijkdom te beschermen. Er zullen oorlogen worden gevoerd om schaarse hulpbronnen en de onverschilligheid tegenover vluchtelingen en geweld zal toenemen. Mensen die in armoede leven en daardoor een potentiële bedreiging vormen voor de welstand en veiligheid van de 'gevestigde' mensen, zullen steeds meer als overbodig worden beschouwd en in grote getale sterven door gebrek aan water en voeding of door oorlogsgeweld. Humaniteit, verstand en recht blijken, zo leert de twintigste eeuw, maar een dun vernisje.

Voor Welzer zal de moderne westerse beschaving, die, zoals hij schrijft, met de Verlichting begon en al snel uitdraaide op slavernij, genadeloze uitbuiting van koloniën en vernietiging van levenscondities van mensen die aan die westerse beschaving part noch deel hebben, eindigen in een apotheose van geweld en onderdrukking.

Een bitter en goed onderbouwd betoog waar weinig tegen in te brengen valt. Behalve misschien dan dat optimisme slechts een gebrek aan informatie is. Welzer is hoogleraar en schreef eerder 'Daders. Hoe heel normale mensen massamoordenaars worden'. Ook al zeer aan te bevelen.

march 12, 2010 09:39am

Voor een coalitie zonder PvdA

Als betrokken burger denk ik graag mee. Ik pleit voor een coalitie van GrL, D'66 en de VVD. Ingrid de Bondt blijkt een uitstekend en open wethouder, GrL, D'66 en de VVD hebben meer met elkaar gemeen dan vaak wordt gedacht en voor de Utrechtse democratie zou het een zege zijn als de PvdA eens een tijd niet in het college zat.

Een partij die tientallen jaren aan de macht is, daar komen lieden op af die carrière willen maken of door actief lid te zijn subsidies en bouw- of onderzoeksopdrachten in de wacht willen slepen. De PvdA in Utrecht is daardoor steeds meer de partij geworden van hoge en leidinggevende ambtenaren, van bestuurders en beleidsmedewerkers van gesubsidieerde zorg- welzijnsinstellingen en van de managers van woningcorporaties. Arnold Heertje, van ouds lid van de PvdA, vestigde hier al de aandacht op in zijn opiniestuk in de Volkskrant van 24 november 2006. Een leerzaam verhaal dat ik als bijlage bijvoeg. Dat onroerendgoed handelaren en projectontwikkelaars lid zijn van de PvdA was pakweg dertig jaar geleden volstrekt ondenkbaar. Die komen als bijen op de honing af.

Wouter Bos kwam in de Volkskrant van 14 april 2007 eigenlijk tot dezelfde conclusie: "Tenslotte speelt een rol dat onze mars door de instituties bijna te goed is gelukt. In het openbaar bestuur maar ook in tal van publieke en semipublieke instellingen barst het van de PvdA-ers". En "het maakt ons meer dan menig ander kwetsbaar voor regentengedrag en bestuurlijk autisme". Voor de PvdA zelf zou het daarom een zege zijn om een tijd niet aan de macht te zijn. De regenten, profiteurs en baantjesjagers verhuizen dan vanzelf naar andere politieke partijen of het bedrijfsleven en de PvdA wordt weer van een fijne partij van en voor arbeiders en echte socialisten.

GrL en D'66 moeten niet de fout maken van Leefbaar Utrecht door te denken dat zij samen sterker zijn dan de PvdA. Leefbaar Utrecht had in 2000 14 zetels, de PvdA 7. De PvdA heeft aanzienlijk meer macht dan uit haar aantal zetels in de gemeenteraad blijkt en dat heeft Leefbaar Utrecht geweten: in 2006 viel Leefbaar Utrecht terug naar 3 zetels! De vernieuwing die Leefbaar Utrecht in petto had werd door het leidinggevend kader in de ambtelijke dienst, de achterban van de PvdA, bekwaam gesmoord. Wanneer GrL en D'66 met de PvdA een college gaan vormen staat hen hetzelfde lot te wachten. Alleen als de PvdA niet in het college komt is het mogelijk de top van het ambtenarenapparaat uit te dunnen en weer in het gareel te krijgen.

Dat de PvdA al zo lang in Utrecht aan de macht is heeft tot een bedompt politiek klimaat geleid. Discussies in de gemeenteraad vinden niet plaats als de PvdA dat niet wil en PvdA-wethouders en raadsleden zijn te arrogant om het publieke debat aan te gaan. Wie een andere of kritische mening heeft wordt eenvoudig doodgezwegen, ook binnen de PvdA. Het respect voor de burger, voor de mening van de burger, zijn rechtsbescherming en vrijheid van meningsuiting zijn in het Utrecht van de PvdA ver te zoeken. Wolfsen die een oplage van Ons Utrecht laat versnipperen en van het AD gedaan krijgt dat een ervaren en kritisch journalist wordt overgeplaatst, kan door toedoen van de PvdA rustig als burgemeester blijven zitten. Het Utrecht van de PvdA is steeds meer op de DDR gaan lijken.

Grondrechten, persoonlijke vrijheden, fatsoenlijk bestuur en respect voor burgers zijn geen zaken waar de PvdA van Aleid Wolfsen, Harrie Bosch en Gilbert Isabella voor warm loopt. De VVD, D'66 en GrL (Britta Böhler, Femke Halsema!) hebben juist dát gemeen. Een coalitie van VVD, D'66 en GrL kan daarom voor een omslag zorgen, het einde van autoritair gemeentebestuur in Utrecht.